Vulvovaginitis/cervicitis

a. Candida albicans

(bij recidief partner meebehandelen)

fluconazol  

150 mg

p.o.

éénmalig

Mogelijkheden voor intravaginale therapie:

miconazol vaginaaltablet

1200 mg

éénmalig 's avonds

Bij zwangerschap géén fluconazol, alléén intravaginale therapie

Enkele Candida non-albicans soorten zoals C. glabrata, C. tropicalis en C. krusei zijn verminderd gevoelig/resistent tegen fluconazol. Therapie aanpassen op geleide van determinatie en gevoeligheidspatroon en eventueel in overleg met deskundige.

 

b. Chlamydia trachomatis

(partner meebehandelen)

azitromycine  

1000 mg

p.o.

éénmalig

Tijdens de zwangerschap:

erytromycine  

4 dd

500 mg

p.o.

gedurende 7 dagen

 

c. Bacteriële vaginose

(Gardnerella vaginalis, bij recidief partner meebehandelen)

metronidazol  

2000 mg

p.o.

éénmalig

Bij recidief:

metronidazol  

2 dd

500 mg

p.o.

gedurende 7 dagen

Tijdens de zwangerschap:

clindamycine vaginaal crème 2% FNA  

1 dd

5 gr.

gedurende 7 dagen, appliceren voor de nacht

 

d. Trichomonas vaginalis

(partner meebehandelen)

metronidazol  

2000 mg

p.o.

éénmalig

Bij recidief:

metronidazol  

2 dd

500 mg

p.o.

gedurende 7 dagen

 

e. Neisseria gonorrhoeae

(het contact in onderzoek betrekken)
Cave gecombineerde infectie met Chlamydia

ceftriaxon  

500 mg

i.m. 

éénmalig

Voor gedissemineerde vormen zie hoofdstuk “SOA” (blz. 52)