Verwekker bekend

a. Haemolytische streptococcen van groep A t/m G:

penicilline  

6 dd

2 milj. E

i.v. 

x

Bij “toxic-shock-like syndrome” (groep A, streptococcus pyogenes):

penicilline  

6 dd

2 milj. E

i.v. 

x

+

clindamycine

3 dd

600 mg

i.v.

toxineremming

b. S. pneumoniae (pneumococcen)

penicilline  

6 dd

1 milj. E

i.v. 

x

 

c. Enterococcen (E. faecalis en E. faecium)

amoxicilline  

6 dd

2000 mg

i.v. 

x

evt. +

gentamicine

1 dd

3 mg/kg

i.v.

indien endocarditis

d. S. aureus

flucloxacilline  

Oplaaddosis eenmalig 2000mg, gevolgd door 8000mg

i.v. 

continue infusie gedurende ten minste 2 weken

Bij “toxic-shock syndrome”:

flucloxacilline  

8000mg/dag

i.v. 

continue infusie

+

clindamycine

3 dd

600 mg

i.v.

toxineremming, gedurende ten minste 2 weken

e. Staphylococcus epidermidis (en andere coagulase-negatieve stafylococcen)

vancomycine*  

2 dd

1000 mg

i.v. 

x

*bij lich. gew. > 100 kg 2 dd 1500 mg i.v.

Bij bewezen gevoeligheid:

flucloxacilline  

4000mg/dag

i.v. 

continue infusie

 

f. E. coli, Klebsiella spp., Proteus spp.

cefuroxim  

3 dd

1500 mg

i.v. 

x

g. Citrobacter spp., Enterobacter spp., Serratia spp., Morganella spp.

ciprofloxacine  

2 dd

400 mg

i.v. 

x

h. Salmonella typhi en overige Salmonellae bij tyfeus ziektebeeld

ciprofloxacine  

2 dd

400 mg

i.v. 

x

i. Pseudomonas aeruginosa

ceftazidim  

3 dd

2000 mg

i.v. 

x

+

tobramycine

1 dd

5 mg/kg

i.v.

in afwachting van de resistentie

j. Clostridium spp., peptostreptococcen

penicilline  

6 dd

3 milj. E

i.v. 

x

k. Bacteroides spp., Prevotella spp.

metronidazol  

3 dd

500 mg

i.v. 

l. Fusobacterium necrophorum : necrobacillose (syndr. v. Lemierre)

penicilline  

6 dd

3 milj. E

i.v. 

x

m. Candida spp.

Indien nog geen fluconazol gehad en hemodynamisch stabiel:

fluconazol  

1 dd

800 mg

i.v. 

gedurende 1 dag

gevolgd door

fluconazol

1 dd

400 mg

i.v.

gedurende 13 dagen

Eventueel kan na enkele dagen, bij een klinisch stabiele patiënt, de fluconazol oraal worden gegeven.

 

Onstabiele/ernstig zieke patiënt of voorbehandeld met fluconazol:

anidulafungin  

1 dd

200 mg

i.v. 

1 dag

gevolgd door

anidulafungin 

1 dd

100 mg

i.v. 

gedurende 13 dagen

Indien wel fluconazol gehad of bekend met Candida non-albicans (C.glabrata, C. tropicalis, C. krusei) dan therapie aanpassen op geleide van determinatie en gevoeligheidspatroon in overleg met deskundige.