Dosering bij leverinsufficientie

In het algemeen zijn doseringsaanpassingen bij daarvoor in aanmerking komende geneesmiddelen pas nodig, als de leverfuncties ernstig gestoord zijn. Concrete parameters zijn niet te geven. Bloedspiegelbepalingen kunnen daarom nodig zijn.
Doseringsaanpassing bij leverinsufficiëntie kan plaatsvinden door:

  • verlengen van het doseringsinterval;
  • verlagen van de per keer toegediende dosis. Welke methode de voorkeur heeft, hangt af van de farmacokinetische eigenschappen van het betreffende antibioticum.

Het aantal antimicrobiële middelen waarvan bekend is dat zij aangepast dienen te worden bij gestoorde leverfunctie is beperkt en literatuurgegevens daaromtrent zijn nogal uiteenlopend. in voorkomende gevallen verdient het aanbeveling te overleggen met de apotheker bij ernstige leverfunctiestoornissen over dosisaanpassing van:

  • amfotericine B
  • artemether
  • artemotil
  • clindamycine
  • co-trimoxazol
  • erytromycine
  • griseofulvine
  • isoniazide
  • mebendazol
  • metronidazol
  • pyrazinamide
  • rifampicine
  • sulfonamiden