Allergie voor penicillines

Een goede anamnese en informatie van huisarts en/of andere behandelende artsen kan aan het licht brengen:
a. waaruit de overgevoeligheidsreactie bestond (zie onder);
b. wanneer, hoe lang na toediening van welk antibioticum de overgevoeligheidsreactie optrad;
c. of patiënt(e) na een eerste reactie weer met een (semi-synthetisch) penicillinepreparaat is behandeld.

Onmiddellijke en vroege overgevoeligheidsreacties treden in het algemeen binnen 30 min. resp. 72 uur na toediening van antibiotica op en kunnen zeer bedreigend zijn. De reacties zijn IgE- of IgE/IgGgemedieerd. Tot deze reacties worden gerekend:

  • erytheem/pruritus
  • urticaria/angio-oedeem
  • bronchospasme/rhinitis
  • anafylactische shock
  • larynxoedeem

Late overgevoeligheidsreacties treden meestal na meer dan 72 uur (na enkele dagen tot weken) na toediening van penicilline-derivaten op. Deze overgevoeligheidsreacties zijn minder bedreigend dan onmiddellijke en vroege reacties en worden via nog onopgehelderde mechanismen gemedieerd. Tot de late reacties worden gerekend:

  • maculopapulair exantheem (80-90% van alle reacties)
  • urticaria/arthralgie
  • urticaria/angio-oedeem
  • serumziekte
  • geneesmiddelenkoorts (zonder huidverschijnselen)
  • allergische vasculitis
  • thrombocytopenie/granulocytopenie
  • contactdermatitis
  • immuunhemolytische anaemie
  • longinfiltraten met eosinophilie
  • interstitiële nefritis
  • erythema multiforme
  • geneesmiddelen-geïnduceerde SLE

Overgevoeligheidsreacties gaan in het algemeen gepaard met eosinophilie.

Aanbevolen wordt om met behulp van huidtesten uit te sluiten dat de waargenomen reactie IgE-gemedieerd is. In de praktijk ontbreekt hiervoor vaak de tijd en moet men snel een behandeling instellen.

Bij anamnestisch onmiddellijke en vroege overgevoeligheidsreacties en vasculitis geeft men een alternatief voor een penicillinederivaat (zie onder). Er bestaat bij ongeveer 10% van patiënten met penicillineovergevoeligheid een kruisovergevoeligheid met cefalosporines. Derhalve kunnen antibiotica uit deze laatste groep niet als alternatief dienen bij patiënten bij wie een onmiddellijke of vroege overgevoeligheidsreactie of vasculitis is waargenomen.

Bij anamnestische geneesmiddelenkoorts zonder vasculitis geeft men, indien geïndiceerd, een ß-lactam antibioticum, mits geen erytheem, exantheem of andere huidverschijnselen werden waargenomen.

De keuze voor een alternatief antibioticum is afhankelijk van de indicatie en het gevoeligheidspatroon.

In aanmerking kunnen komen:

- clindamycine    

- teicoplanine

- doxycycline

- co-trimoxazol

- erytromycine 

- ciprofloxacine

- vancomycine 

- eventueel + metronidazol

Overleg zo nodig met arts-microbioloog